• 26.11.2010
    Samenvatting

  • Samenvatting

    Inleiding
    Metamorfose gaat over een verandering van vorm, structuur, karakter, uiterlijke verschijning of omstandigheid naar een andere fase. Het begrip metamorfose wordt gekenmerkt door een veelvuldige gelaagdheid als gevolg van de verschillende interpretaties van het begrip zowel historisch gezien, vanuit een veranderende tijdsgeest, als door het gebruik van de term in verschillende disciplines, zoals de sociologie, de wetenschap, de poëzie, de architectuur en de beeldende kunst. De betekenis van het begrip metamorfose en de gelaagdheid vormen voor ons de aanleiding om het begrip te onderzoeken op de mogelijkheid om metamorfose te gebruiken in het architectonisch ontwerp in de hedendaagse context. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van drie sleutelfiguren: de poëtische toepassing van het begrip metamorfose door Ovidius in Metamorphosen en de vertaling van metamorfose in de beeldende kunst, het gebruik van het begrip in de wetenschap door Goethe en de interpretatie hiervan door architecten, én de literaire applicatie van Kafka ingebed als metafoor bij Simmel en Foucault. De doelstelling van het onderzoek luidt als volgt: Op welke wijze hebben deze protagonisten het begrip metamorfose betekenis gegeven en hoe is deze betekenis vertaald naar de verschillende disciplines door de tijd heen, met als doel een relevante notie op te bouwen om binnen de architectuur te komen tot een werkzame ontwerpmethodiek gebaseerd op metamorfose. Een transformatie is een metamorfose als er sprake is van een auteur en een creator die de metamorfose toedienen. De metamorfose zelf wordt ondergaan door een subject, materieel of immaterieel, met een ziel die tijdens het proces ongewijzigd blijft en zichtbaar wordt als herinnering of belofte. Als laatste is er het aspect van de tijd die, afhankelijk van de perceptie van de observant, de verandering maakt tot een ontwikkeling of een metamorfose. Centraal in het onderzoek staat de formulering van een werkbare notie voor architectuur, welke voortkomt uit een betoog bestaande uit dwarsverbanden die niet direct wetenschappelijk van aard zijn. De gebruikte methodologie is zodoende essayistisch.

    Deel I

    Het epos Metamorphosen van Ovidius, verhalend over de Griekse mythologie, kan gezien worden als het fundament van het begrip metamorfose. De inhoud van het epos is voor Ovidius een gegeven en helder afgebakend uitgangspunt geweest waarbij de schrijver de vele afzonderlijke delen binnen de strikte regels van de klassieke poëzie samen heeft gebracht in een literair werk. Voor de handeling van het samenvoegen heeft Ovidius gebruik gemaakt van het stijlmiddel metamorfose waarmee hij de diversiteit aan verhalen bundelde tot een aaneenschakeling van gedaanteverwisselingen. De modificaties die de verschillende personen ondergaan blijven niet leeg van betekenis maar worden andermaal gebruikt om een moraliserende boodschap aan de lezer of toehoorder over te brengen. Doormiddel van de gedaanteverwisseling in een archetypische gedaante worden personages gestraft of beloond voor getoond gedrag en handelen, waarmee de metamorfose verwordt tot een gereedschap dat een moraal visueel inzichtelijk maakt. De metamorfose verkrijgt hiermee een doel op zich; de lege betekenis wordt door Ovidius ingevuld met een expliquerende boodschap die op zijn beurt de ontstaansgeschiedenis van de aarde en de daarbij gepaard gaande natuurverschijnselen verklaren. Met als basis het verhaal van Diana en Actaeon uit boek III van Metamorphosen wordt vervolgens de interpretatie van metamorfoseverhalen in de beeldende kunst beschreven. Dit historisch overzicht, van de Renaissancistische kunst tot aan de hedendaagse kunst, onthult op zichzelf een verandering van het gebruik van het begrip metamorfose door de tijd heen. Waar Actaeon eerst nog als voyeur is afgebeeld, terwijl hij verandert in een hert, verdwijnt hij langzaam van het doek, waarbij de toeschouwer voyeur wordt. Ten slotte verwordt de symboliek van het voyeurisme, schaamte en begeerte tot onderwerp van de kunst.
    Deze analyse van de vertaling van metamorfose naar beeldende kunst dient ter voeding van de kennis over het verbeelden van het begrip metamorfose.

    Deel II

    Met zijn essay Versuch die Metamorphose der Pflanzen zu erklären, uitgegeven in 1790, geeft Goethe een verklaring voor de groei en ontwikkeling van de plant aan de hand van het begrip metamorfose. Dit is de eerste maal dat binnen het kader van de wetenschap het begrip metamorfose wordt gebruikt. Volgens Goethe heeft de plant tijdens de groei verschillende verschijningsvormen, zoals het blad, het zaadje en de vrucht, die allen terug te voeren zijn op hetzelfde orgaan, namelijk das Blatt. Deze verschillende gedaanten gaan in elkaar over middels de metamorfose van het orgaan door elke nieuwe vorm uit een bestaande vorm af te leiden. De verschillen in de verschijningsvorm van de plant in zijn geheel zijn volgens Goethe te herleiden tot de Ur-pflanze. De wijze waarop een orgaan zich manifesteert is afhankelijk van de omstandigheden waarbinnen de groei en de ontwikkeling zich afspelen, waarmee Goethe de context bepalend maakt voor de bestaande diversiteit. De theorie van Goethe is aanleiding geweest het begrip en het gebruik daarvan door Goethe te implementeren in de architectuur. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van de drie ontwerpers Steiner, Ungers en Spuybroek. Ieder afzonderlijk vertegenwoordigen zij een eigen stroming en een eigen periode waarin zij het begrip gebruiken als aanleiding voor architectuur. In het tweede decennium van de 20ste eeuw gebruikt Steiner de theorie van Goethe over groei en ontwikkelingen van planten hoofdzakelijk als een vormgenererend principe voor de antroposofische kolonie in Dornach. Ruim vijftig jaar later past ook Ungers het begrip metamorfose als stijlmiddel toe om vanuit een enkele grondvorm te komen tot een diversiteit aan gestalten. In zijn theoretische onderbouwing is ook een tweede toepassing te onderscheiden namelijk die van het gebruik van metamorfose bij het funderen van een gebouw in de omgeving. Ter illustratie van een hedendaagse adaptatie van metamorfose in de architectuur wordt de ontwerpmethodiek van Spuybroek besproken. De toepassing van het begrip is bij Spuybroek vierledig en manifesteert zich ten eerste op het terrein van de tijdsgeest, met vloeiende en letterlijk veranderende architectuur als antwoord op de steeds veranderende maatschappij. Daarnaast is metamorfose te herkennen in de ontwerpmethodiek die vorm genereert door middel van samentrekken en uitgroeien. De laatste toepassing is te vinden in de behandeling van archetypische elementen in het ontwerp, waarmee ook de perceptie van de toeschouwer een gedaanteverwisseling ondergaat.
    Deze analyse is een precedentenonderzoek naar de wijze van toepassen van het begrip metamorfose zoals geformuleerd door Goethe in de architectuur.

    Deel III

    Een nieuwe interpretatie van het begrip metamorfose wordt gegeven in het laatste deel, Kafka, Metamorfosen in de Maatschappij, aan de hand van de novelle Die Verwandlung van Kafka. Deze beschrijft processen van sociale veranderingen in het maatschappelijke discours van rond 1900. De toepassing door Kafka van het begrip metamorfose in de literatuur geeft aanleiding tot het distilleren van het ab-XnYn model waarbij een eerste vervreemdende metamorfose van a in b een meervoudige metamorfose van de omgeving tot gevolg heeft, de veranderingen van Xn in Yn. In dit model gebruikt een auteur de eerste enkelvoudige verandering om, naar aanleiding van het vervreemdende karakter van de eerste verandering, de aanpassingen van de context te kunnen vastleggen waarmee de potenties en de zwaktes van de omgeving naar voren komen. Deze methodiek weerspiegelt het reflexieve karakter van de moderne épistémè zoals geformuleerd door Foucault, die een gebeurtenis niet op haar representatieve waarde inschat, zoals in de klassieke periode gebruikelijk was, maar op haar plaatst in de context, in het netwerk van relaties tot het gebeuren. Het model van Kafka vertoont sterke overeenkomsten met veranderingen in de maatschappij, echter daar waar Kafka gebruik maakt van een hypothetisch model waarbij een enkel subject de eerste metamorfose ondergaat om vervolgens de gewenste veranderingen van de contextuele subjecten in gang te zetten, kan bij maatschappelijke metamorfosen alleen over een collectief subject worden gesproken die als groep onderhevig is aan een zelfde modificatie. Een dergelijke metamorfose is geïllustreerd aan de hand van Simmel en zijn beschrijving van de veranderingen die de mens onder invloed van de grootstad ondergaat. Deze maatschappelijke metamorfose is te verbeelden middels het AnBn-XnYn model waarin een meervoudige hoeveelheid veranderingen van An in Bn, zoals bij Simmel de Industriële Revolutie en de daarop volgende explosieve groei van de steden, aanleiding is voor een reagerende verzameling van veranderingen van Xn in Yn, zoals de blasé zienswijze of het individualisme van de metropolitaanse mens. Het meervoudig karakter van het model is te herleiden tot het generieke karakter van wetenschappelijk onderzoek in het algemeen en maatschappelijke ontwikkelingen die zijn gebaseerd op algemeen geldende wetmatigheden in het bijzonder. De épistémès van Foucault, in eerste instantie de contextuele basis van het derde deel, zijn in zichzelf ook te waarderen middels de metafoor van de metamorfose en kunnen worden benoemd als filosofische metamorfose. De filosofische metamorfose blijkt in hoofdzaak te voldoen aan het maatschappelijke metamorfosemodel, met als kanttekening dat de manifestatie van de metamorfose en de ziel van de metamorfose zich beiden, bij wijze van uitzondering op de algemene parameters van de metamorfose, immaterieel voordoen. Dit deel van het onderzoek richt zich op de herdefiniëring van het begrip metamorfose en de plaatsing van het begrip in een breder maatschappelijke en filosofisch kader ter ondersteuning van de theorievorming over de moderne metamorfose.

    Conclusie

    Het chronologisch overzicht van de diversiteit en gelaagdheid van metamorfose en de toepassing van het begrip, zoals in deze these wordt gepresenteerd, geven aanleiding tot het definiëren van een klassieke en een moderne metamorfose. De klassieke metamorfose is afgeleid van de interpretatie van Ovidius als zijnde enkelvoudige veranderingen van een archetype a in een archetype b. De moderne metamorfose legt de nadruk op de verandering van de context naar aanleiding van een eerste vervreemdende metamorfose welke beschreven kan worden met het ab-XnYn model. Dit verleent de volgende twee definities:
    De klassieke metamorfose is een lege betekenaar met een creator die de materiële verandering toedient en een subject dat van het ene archetype a in het andere archetype b beweegt.

    De moderne metamorfose is een lege betekenaar met een onbekende creator waarbij een subject in een eerste enkelvoudige, vervreemdende en materiële gedaanteverwisseling van het ene archetype a in het andere archetype b beweegt waarna de potenties van de context zich door middel van een pluriforme en immateriële gedaanteverwisseling van Xn in Yn manifesteren.

    Deze definities van metamorfosen zijn echter niet los te zien van een aantal hypothesen die moeten worden ervaren als een toelichting en een expressie van de gelaagdheid van het begrip.
    1. De auteur moet zich aangetrokken voelen tot het fantastische.
    2. Metamorfose is, indien geïnitieerd door een creator, een actief proces dat niet streeft naar perfectie.
    3. Voor een observant kan een gedaanteverwisseling een metamorfose betekenen wanneer de verandering heeft plaatsgevonden tijdens zijn of haar afwezigheid. Voor het subject is een verandering een metamorfose wanneer er geen tussenfasen van belang zijn.
    4. Een metamorfose is alleen mogelijk van materie naar materie of van idee naar idee.
    5. Elke moderne metamorfose zet een volgende moderne metamorfose in gang.
    6. Bij een metamorfose wordt altijd de ziel van het subject overgebracht naar de volgende verschijningsvorm. Deze ziel vertegenwoordigt de herinnering en/of belofte die verwijst naar een voorgaand of toekomstig stadium.
    7. De vorm van de ziel is afhankelijk van de soort metamorfose: van materie naar materie of van idee naar idee is de ziel respectievelijk idee of materie. Bij een metamorfose van materie naar materie geldt voor de manifestatie van de ziel:
    Levend:
    mens > persoonlijkheid
    dier > karakter
    plant > oervorm
    Dood:
    de ziel wordt hier gedefinieerd door de perceptie van de observant en zijn of haar culturele achtergrond.
    8. De context en de ziel bepalen de uiteindelijke manifestatie van de vorm.
    9. Metamorfose is mogelijkerwijs omkeerbaar.
    10. Het fantastische aspect van metamorfose is zichtbaar in de gedaanteverwisseling, maar niet in de uiteindelijke vorm.

    De volledige interpretatie van metamorfose middels de beschreven auteurs en het secundaire gebruik door anderen geven drie aanleidingen tot het gebruik van het begrip in de architectuur. Allereerst wordt met behulp van het ab-XnYn model een ontwerpschema gemaakt waarbij metamorfose wordt opgenomen als een leidende ontwerpmethodiek. Daarnaast blijkt het gebruik van dit ontwerpschema een tweede invloed op de architectuur te genereren die resulteert in de input vanuit andere disciplines. Tenslotte vormen de genoemde hypothesen een collectief stijlmiddel waarbij, naar gelang de opgave, verschillende aannames leidend kunnen zijn.
    Een dergelijke toepassing in het ontwerpproces van de architectuur is middels een schema te vertalen (Ill C.2). Het schema is opgebouwd uit drie delen. De eerste twee delen zijn overeenkomstig het ab-XnYn model opgetekend met een eerste vervreemdende metamorfose gevolgd door een contextuele verandering. Hierbij is de eerste metamorfose een materiële metamorfose genoemd, terwijl de tweede stap een immateriële metamorfose behelst. In het laatste deel wordt de eerste vervreemdende metamorfose tenietgedaan waarmee het schema een, voor de praktijk, werkzame uitkomst genereert.
    In het tweede deel van het ontwerpschema worden de hypothesen twee, drie, zeven en negen gebruikt als sturende middelen.
    Het gebruik van metamorfose bevindt zich zodoende in de initiatie van het ontwerp, in het genereren van vorm, in het ontwerpproces zelf, in de behandeling van de context en op het niveau van het element. Teneinde het begrip metamorfose op juiste wijze te kunnen vertalen naar architectuur is hier een zelfde diepgang en gelaagdheid toegekend aan het gebruik in het ontwerp en de ontwerpmethodiek, als bij Ovidius, Goethe en Kafka en de vertaling naar andere disciplines.